Stel dat je een huis koopt en de verkoper zegt: betaal maar wanneer je kunt. Dan kun je twee dingen doen. Je kunt elke maand harder werken om alsnog de prijs op tafel te leggen. Of je kunt geloven dat het cadeau is en gaan wonen. Luther zegt: bij God speelt precies deze keuze. Je probeert zijn liefde te verdienen, of je gelooft dat ze van hem is, gratis, in Christus.
Twee soorten goed-zijn
Luther onderscheidt twee soorten gerechtigheid. De eerste is die van jezelf: je probeert braaf te zijn, regels te houden, jezelf op orde te krijgen. Die werkt nooit, zegt Luther. Niet omdat braafheid slecht is, maar omdat niemand het volmaakt redt. De tweede gerechtigheid is die van Christus, die God je toerekent als je gelooft. Je staat voor God niet in je eigen kleren, maar in die van Christus. Lege handen worden gevulde handen, omdat de Heer ze vult.
Wat dit doet met je dag
Wie dit begrijpt, ademt anders. Je hoeft niet meer elke dag te bewijzen dat je goed genoeg bent. Niet voor God, en niet voor jezelf. Niet ik leef, schrijft Paulus, maar Christus leeft in mij. Luther leest dat letterlijk. Wat ik nu in dit lichaam leef, leef ik in vertrouwen op de Zoon van God. Dat maakt je niet onverschillig. Het maakt je dankbaar, en uit dankbaarheid wil je leven zoals hem behaagt. Geen prestatiedwang meer, alleen liefde die antwoordt.
Ter overdenking
- Probeer ik bij God in het reine te komen door wat ik doe?
- Wat verandert er in mijn dag als ik leef vanuit Christus' gerechtigheid?