Wie een nacht in een hotel slaapt, hangt geen schilderijen op aan de muur. Je gebruikt de kamer, je geniet ervan misschien, maar je weet: morgen ga ik weer naar huis. Calvijn wil dat we zo naar dit leven kijken. Het is goed, het is een geschenk, maar het is geen eindbestemming. Wie het wel zo behandelt, raakt onrustig zodra er iets verandert.
Dit leven niet haten, niet aanbidden
Calvijn waarschuwt voor twee fouten. De eerste is: alles aan dit leven veroordelen alsof het er niet toe doet. Dat is ondankbaar tegenover een goede Schepper. De tweede fout is veel gewoner: alles aan dit leven behandelen alsof het het hoogste is. Dan klamp je je vast aan gezondheid, geld, succes, mensen, alsof je leven daarvan afhangt. En als er iets weggehaald wordt, kraakt je hele bestaan. Calvijn zegt: gebruik het, geniet ervan, maar bind je hart er niet aan.
Verlangen oefenen
Wie weet dat zijn echte thuis verderop ligt, leeft hier met meer rust. Hij hoeft niet alles vast te grijpen, want hij verwacht beter. Calvijn moedigt aan om dit verlangen actief te oefenen. Lees over wat komt, denk eraan, bid ernaar. Niet om uit het heden te vluchten, maar om het heden goed te kunnen leven. Wie naar Christus uitziet, kan werken zonder te verdrinken in zijn werk, kan verliezen dragen zonder eraan te bezwijken, en sterven met het besef dat thuis ophanden is.
Ter overdenking
- Behandel ik dit leven als hotel of als thuis?
- Welke gewoonte kan mijn verlangen naar Christus' toekomst voeden?