Wegzakken en weer omhoog

Psalm 40:3 · NBV21
Hij heeft me uit een kuil van verderf gehaald, uit modder en slijk.
Auteur John Bunyan
Dag 6 juni
Lezen Begin de overdenking

Iedereen die ooit op weg ging om te geloven, kent het: een paar weken loopt het, en dan zak je weg. Je schuld weegt zwaarder, niet lichter. Je vraagt je af of je het wel goed doet. Bunyan beschrijft dit met een precies beeld. Vlak nadat zijn hoofdpersoon Christen is begonnen aan zijn reis, valt hij in een drassig stuk grond dat het Moeras der Wanhoop heet. Hij zinkt erin weg, met zijn last nog op zijn rug.

Niet wat ik dacht dat geloven zou zijn

Bunyan legt zelf uit wat dit moeras voorstelt. Het is de plek waar het bewustzijn van eigen zonde en schuld zich opstapelt bij iemand die net begonnen is. Veel mensen denken dat geloven betekent dat je je gelijk lichter voelt. Maar vaak gebeurt het omgekeerde. Pas als je richting Christus loopt, zie je goed hoe vuil je bent. Dat is geen teken dat God je verlaat. Het is een teken dat je begint te zien wat hij al lang zag.

Iemand steekt zijn hand uit

Wat Christen niet zag, waren de stenen die God door het moeras had gelegd. Hij was te bang om ze op te merken. Toen kwam er een man, Hulp, die hem op vaste grond zette en hem de stenen wees. God zorgt voor uitwegen in elk moeras. Hij doet dat vaak via iemand anders. Een vriend die je niet veroordeelt, een gesprek dat helder maakt. Wie eens uit dat moeras geholpen is, weet voor altijd: het is niet mijn vaste grond die mij draagt, maar zijn hand.

Ter overdenking

  • Welke "moeras" houdt mij nu vast op mijn weg?
  • Wiens hand heeft God deze week voor mij uitgestoken?
Heer, waar ik wegzak, steek uw hand uit en zet mij op vaste grond. Amen.
Bron

De pelgrimsreis, deel 1, het Moeras der Wanhoop