Een vaste burcht

Psalm 56:5 · NBV21
Op God, wiens woord ik prijs, op God vertrouw ik, zonder vrees, wat kan een sterveling mij aandoen?
Dag 14 oktober
Lezen Begin de overdenking

Luther schreef het beroemdste protestantse lied dat ooit gemaakt is: Een vaste burcht is onze God. Hij maakte het in een periode van grote druk. De keizer was tegen hem, sommige vorsten waren tegen hem, en allerlei stemmen vroegen hem te buigen. In zijn Tafelgesprekken vertelt hij dat hij in zulke periodes het lied voor zichzelf zong, hardop. Het zong hem moed in op momenten dat hij geen moed had.

Niet zelf de burcht zijn

De grote bekentenis in zijn lied is dat hij zelf niet de burcht is. Hij is geen sterke man die met zijn eigen kracht standhoudt. God is de burcht, en hij schuilt erin. Wie meegaat in deze lijn, hoeft niet zelf zo sterk te zijn als hij dacht. Hij mag schuilen in iemand die werkelijk niet wankelt. Dat is een belangrijke ontdekking in een leven vol druk. Veel mensen werken zichzelf kapot door te denken dat ze zelf overal tegen moeten kunnen. Luther had geleerd dat dit niet hoeft. God is de burcht. Ik mag erin. Het lied baseerde Luther rechtstreeks op Psalm 46, een psalm die hij keer op keer las in moeilijke periodes. Hij stond bekend om zijn vermogen om in zware tijden tegen Melanchthon te zeggen: "kom, laten wij Psalm 46 zingen". Het was geen literaire keuze, het was overlevingsgereedschap.

Liederen doen werk

Luther was overtuigd dat een goed lied iets doet wat een leerstuk alleen niet doet. Een leerstuk informeert, een lied draagt. Wie een geestelijk lied uit zijn hoofd kent, kan het laten meedragen op moeilijke momenten. In de wachtkamer van een ziekenhuis. In een nacht waarin hij niet kan slapen. Op een dag waarop hij niet weet hoe het verder moet. Daarom schreef Luther liederen, niet alleen preken. Hij wist dat de gewone gelovige in zijn dagelijks leven gereedschap nodig heeft. Vraag jezelf vandaag: ken ik liederen of versjes die mij dragen als het nodig is? Zo niet, leer er deze week een. Zo wel, zing het hardop voor jezelf. Soms is daar precies wat je nodig hebt. Luther beweerde zelfs dat de duivel niet zo bang is voor preken als voor goede gezangen. Zingen werkt door waar denken alleen blijft steken. Het hart wordt door melodie meegenomen op een manier die woorden alleen niet bereiken.

Ter overdenking

  • Welk lied is voor mij een burcht geweest, of mag er een worden?
  • Wanneer kan ik vandaag hardop voor mijzelf zingen wat ik nodig heb om te dragen?
Heer, U bent mijn burcht, ik schuil in U, zing in mij wat ik vandaag nodig heb te horen. Amen.
Bron

Tafelgesprekken, achtergrond bij Een vaste burcht is onze God