Veel mensen verwarren belijden met toegeven. Toegeven is zeggen: het klopt, ik heb het gedaan. Belijden is een stap verder. Het is benoemen wat er gebeurd is, eerlijk en zonder verzachting, en het tegelijk afkeuren in jezelf. Calvijn merkt op dat dit het verschil maakt tussen iemand die alleen ontdekt is en iemand die werkelijk vergeven wil worden. Een dief die door de politie wordt aangehouden, geeft toe. Een mens die door God wordt aangeraakt, belijdt.
Geen excuses, geen verzachting
Calvijn is streng op dit punt. Een echte belijdenis kent geen excuses, geen "ja maar", geen vergelijkingen met anderen die het erger deden. Het is een eerlijke toegeven van schuld zonder achterdeurtje. Want zolang de poging tot het bewaren van eigen gezicht aanwezig is, kan vergeving niet helemaal binnenkomen. Wat half opgebiecht is, wordt half ervaren als kwijt. Wie zijn schuld in volle eerlijkheid neerlegt, ervaart een volle vrijheid. Dat klinkt onaangenaam, en kort is het ook, maar het is een aangename onaangenaamheid die uitkomt op iets veel beter dan zelfbescherming. Calvijn merkt op dat het Hebreeuws van Spreuken 28 een sterk werkwoord gebruikt: niet alleen erkennen, maar volledig blootleggen wat verborgen lag. David doet dat in Psalm 32 als hij zegt dat hij zijn zonde niet meer verborg, en op datzelfde moment vergeving ontving.
Wat erop volgt
En, voegt Calvijn toe, een echte belijdenis stopt niet bij erkennen. Ze gaat door naar afkeuren in jezelf. Niet alleen dat je het deed, maar dat je het niet meer wilt doen. Een hart dat zijn zonde verafschuwt, is een hart dat veranderd is door wat hij gezien heeft. Hij hoeft niet bang te zijn dat God hem niet zal vergeven, want God belooft het uitdrukkelijk. Wie zijn zonde belijdt, mag rekenen op vergeving. Niet als beloning voor zijn moed van het bekennen, maar als geschenk van een Vader die graag aan Zijn kinderen geeft wat ze nodig hebben. Calvijn voegt eraan toe dat 1 Johannes 1:9 dit precies bevestigt: als wij onze zonden belijden, is Hij getrouw en rechtvaardig om ze te vergeven. De zekerheid ligt niet in de kwaliteit van onze belijdenis, maar in Zijn trouw.
Ter overdenking
- Welke schuld heb ik wel toegegeven, maar nog niet werkelijk beleden?
- Wat zou er gebeuren als ik vandaag eerlijk benoem en afwijs wat in mij niet hoort?